Honeybee harvesting pollen from blooming flowers

Inheemse bijen populaties bedreigt met uitsterven

‘Minder honingoogsten door klimaatverandering’

Wereldwijd zijn er duizenden soorten bijen en nog vele andere insecten en dieren die bijdragen aan de bestuiving van gewassen. Vanwege de snelle opwarming van de aarde is het klimaat uit balans geraakt. Hierdoor zijn vele soorten bestuivers er slecht aan toe. Met name 40 procent van de wilde bijensoorten wordt wereldwijd met uitsterven bedreigd. 

Dit blijkt uit een onderzoeksrapport van het Intergovernmental Intergouvernementeel Platform voor Biodiversiteit en Ecosysteemdiensten (IPBES), een onderzoeksinstituut van de Verenigde Naties, dat in 2016 werd uitgebracht. Sinds de rapportuitkomst hebben diverse ontwikkelde landen toegezegd alles eraan te doen om de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met tenminste 55 procent terug te dringen. Vanwege de belangrijkheid van bijen voor het functioneren van ecosystemen is er ook aandacht gevraagd voor hun welzijn. 

Bijen en andere insecten zijn belangrijke bestuivers van veel voedselgewassen. Zonder de bijen geen fruit, groenten en, zoals in het geval van de kust van Suriname, geen parwa en mangrovebos om het steeds oprukkende zeewater tegen te gaan. Daarnaast zijn bijen voor de mens vooral gewild om de productie van honing. Het district Coronie staat onder andere bekend om de productie van honing.

De laatste paar jaren heeft een aantal imkers een minder goede oogst. Het kweken van bijen heeft Revillio Vriesde met de paplepel ingegeven gekregen van zijn vader, die langer dan 35 jaar imker is in Coronie. Hij is in het proces om de business van zijn vader over te nemen. Doordat Vriesde is opgegroeid tussen bijen kan hij het verschil tussen toen en nu maken.

Lage honingproductie

“Dertig jaar terug kon je met dertig bijenproductievolken ongeveer duizend liter honing oogsten. Tegenwoordig kan je met hetzelfde aantal bijenvolken nog net tweehonderd tot driehonderd liter halen. Het slechtste jaar was drie jaar geleden toen we minder dan tweehonderd liter oogsten”, zegt Vriesde. De lage honingproductie wijdt hij aan onder andere klimaatverandering, waaraan imkers niet veel kunnen doen.

Bijen gaan op zoek naar voedsel (nectar en stuifmeel bij bloemen van plantensoorten) in een gunstig klimaat. “Voor elk soort heeft een minimale, optimale en maximale temperatuur, luchtvochtigheid, neerslag enzovoorts”, zegt Auke Hielkema, kenner van insecten. “Elke soort doet het beste bij optimale omstandigheden. Bij te lage of hoge temperaturen zullen soorten minder goed presteren en zullen er meer exemplaren doodgaan dan normaal.”

De temperatuur in Suriname schommelt rond de 30 graden Celsius. Stijgt het naar 35 graden dan zullen er exemplaren zijn die het niet halen. Zij die het wel halen zullen zich aanpassen aan de veranderende omstandigheden.

“Eigenlijk precies zoals mensen en dieren altijd al evolueren. Het probleem is echter dat de veranderingen nu te snel plaatsvinden. Insecten, andere dieren en planten krijgen niet de tijd om zich aan te passen aan de veranderende omstandigheden”, zegt Hielkema.

Minder zoet

Om het bij de bijen te houden. Suriname kent zowel inheemse en uitheemse bijensoorten. De inheemse honing makende bijen zijn angelloos (ze kunnen niet steken) en behoren tot de geslachtengroep Meliponini. Ze produceren kleinere hoeveelheden honing en wat Hielkema van honingliefhebbers heeft begrepen smaakt deze minder zoet en is wat bitter of zuur.

Imkers telen over het algemeen de uitheemse soort Apis mellifera en waartoe ook de beruchte ‘Braziliaanse bijen’ behoren. De Apis mellifera is in de koloniale periode door kolonisten meegebracht. Naar wat Vriesde van orale vertellingen heeft begrepen, zijn deze bijen een Italiaanse ondersoort. De ‘Braziliaanse bij’ is een kruising van een Europese en een Afrikaanse ondersoort, die in een lab in Brazilië is gemaakt.

Door een fout is in 1957 een aantal koninginnen ontsnapt uit ruimtes waarin ze werden gekweekt. Deze kruising produceert meer honing, maar is ook veel agressiever. Ze hebben niet meer gif dan de normale honingbijen, maar ze vallen mens en dier sneller en in grote aantallen aan.

“In de jonge jaren van mijn vader als imker was hij in staat om deze soort op zijn achtererf te kweken. Nu kan dat niet meer”, vertelt Vriesde. “Doordat het warmer wordt dan vroeger, worden ze bij hogere temperaturen extra agressief. De aanvallen komen het meest in de droge periode voor. Wanneer ze bezig zijn met voedsel opslaan en zich te vermenigvuldigen.” De extra agressiviteit van de Braziliaanse bijen wijdt hij, hoewel hij geen wetenschappelijke bewijs voor heeft, dus ook aan klimaatverandering.

De uitheemse honingbijen zijn volgens Hielkema schadelijk voor de inheemse bijen en andere bestuivers. Hij durft te stellen dat ze een groot gevaar vormen. “De uitheemse honingbijen worden door de mens in moeilijke tijden vertroeteld”, zegt hij.  Er komen steeds meer imkers en daarmee steeds meer honingbijen, terwijl het totale voedselaanbod voor alle bijen niet toeneemt.

Onevenwichtige verdeling

De verdeling van voedsel onder de wilde bijen en honingbijen wordt hierdoor onevenwichtig. In de regentijd zijn er minder bloemen en is er dus minder nectar beschikbaar. De honingbijen maken dan gebruik van hun opgespaarde honing. Maar als die door de imker wordt weggehaald, dan zal hij zijn bijen met suikers bijvoeren.

Dit is volgens Hielkema een oneerlijke concurrentie ten opzichte van de wilde inheemse bijen. Door klimaatverandering vindt er inkrimping plaats van de bijenpopulaties in het wild, terwijl de gekweekte soort daarvan weinig last heeft vanwege de verzorging door de imkers. “Zodra er weer bloemen zijn, dan zullen de honingbijen daar massaal op afkomen. Er blijft daardoor minder over voor de inheemse wilde bijen”, aldus Hielkema.

Behalve klimaatverandering en een beperkte hoeveelheid voedsel vormt het gebruik van pesticiden ook een probleem voor bijen en andere insecten.  In Coronie was het aantal bijen sterk afgenomen toen het afgraven van schelpzand plaatsvond. “Een heleboel bomen en vegetatie in het Coppenamegebied werden toen vernietigd, waardoor de bijen geen voedsel meer hadden”, weet Vriesde nog.

Toekomst ongewis

Bijna 90 procent van de wilde bloeiende plantensoorten is direct of indirect, afhankelijk van bestuivers voor hun voortplanting. Tijdens hun zoektocht naar voedsel dragen bijen stuifmeelkorrels over naar de stempels van de bloemen. Daar bevinden zich de eicellen en zo worden bezochte planten bevrucht.

Planten die hard nodig zijn voor de productie van zuurstof, voedselvoorziening van mensen en dieren alsook het stabiliseren van de waterkringlopen, het vasthouden van vruchtbare grond en nog meer. Het VN-rapport noemt de functie van bestuivers dan ook kritiek voor het functioneren van ecosystemen.

Over hoe het er in de toekomst in Suriname met de bijenpopulaties uit zal zien als dit zo doorgaat, durft Hielkema geen precieze uitspraak te doen. “Het is heel moeilijk te zeggen, omdat het een heel ingewikkelde materie is die door allerlei factoren beïnvloed wordt. Er leven miljoenen dier- en plantensoorten op de wereld die elkaar allemaal beïnvloeden. We weten niet eens hoe het veranderende klimaat zich zal ontwikkelen.”

Wat wel merkbaar is, is dat de aarde warmer wordt, maar dat die opwarming niet overal gelijk is. Hielkema: “Op bepaalde plekken is het al vijf graden warmer en op andere plekken maar een graad. Er zijn zelfs plekken die aan het afkoelen zijn. Dus het verschilt per gebied. Doordat de aarde een heel complex ding is met bergen, dalen, rivieren, zeeën, bossen enzovoort zal elke verandering op elke plek een ander en moeilijk voorspelbaar effect hebben.” Hielkema is er wel zeker van dat de klimaatverandering hoe dan ook heel negatief zal uitpakken voor de inheemse bijen en andere insecten.-.

/